1. Wat is euthanasie?
Euthanasie is ‘het opzettelijk en actief levensbeëindigend handelen door een arts, op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken persoon’.
Belangrijk: de vraag naar euthanasie moet altijd van de bewoner zelf komen. Wat is geen euthanasie:
- het nalaten of stopzetten van een curatieve of levensverlengende behandeling;
- het weigeren van een behandeling door de bewoner: zolang hij of zij wils bekwaam wordt geacht, heeft hij of zij het recht om een behandeling te weigeren, ook wanneer dit het leven mogelijk verkort;
- behandelingen bij een ongeneeslijke ziekte die gericht zijn op het verbeteren van de levenskwaliteit en het comfort van de bewoner (palliatieve zorg en palliatieve sedatie).
Een vraag naar euthanasie is meestal een uiting van lijden, lichamelijk en/of mentaal. Achter deze vraag kunnen verschillende redenen schuilgaan zoals hevige pijn, onrust, angst voor toenemend lijden of de vrees om later niet meer zelf te kunnen beslissen. Daarom is het belangrijk om in de eerste plaats naar de bewoner te luisteren, want dat is vaak wat hij/zij het meest nodig heeft. Er wordt altijd eerst gezocht naar mogelijkheden om het lijden te verlichten. Wanneer deze onvoldoende zijn, kan euthanasie uiteindelijk als een mogelijke keuze worden overwogen binnen het wettelijk kader.
Voor naasten is het vaak niet eenvoudig om een vraag tot actieve levensbeëindiging van een familielid te aanvaarden.
2. Wie kan euthanasie aanvragen?
Sinds 2002 kan in België iedere meerderjarige persoon een euthanasieaanvraag doen, op voorwaarde dat hij/zij wilsbekwaam is en zelf bewust kan beslissen. Het verzoek moet vrijwillig en weloverwogen zijn en mag niet tot stand komen onder externe druk. De vraag moet bovendien meermaals worden herhaald. Niemand kan deze beslissing in de plaats van de betrokken persoon nemen.
De patiënt moet zich in een medisch uitzichtloze toestand bevinden waarbij er sprake is van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat met de huidige medische mogelijkheden niet voldoende kan worden verlicht. Daarom is het belangrijk dat een euthanasieverzoek wordt besproken in een periode van stabiliteit, waarin de symptomen en of klachten zo goed mogelijk worden behandeld of gecontroleerd en de patiënt zich veilig voelt.
3. Wilsverklaring inzake euthanasie
Wanneer iemand zich in een permanente en onomkeerbare toestand van bewusteloosheid bevindt, kan hij/zij zijn/haar wensen niet meer zelf uitdrukken. In dat geval kan een euthanasieverzoek alleen worden overwogen wanneer er vooraf een schriftelijke wilsverklaring euthanasie werd opgesteld. Deze verklaring moet eerder door de patiënt zelf zijn opgesteld, in aanwezigheid van twee getuigen.
Een wilsverklaring euthanasie opgesteld, herzien of herbevestigd na de wets wijziging van 2 april 2020, blijft levenslang geldig en moet dus niet meer om de 5 jaar hernieuwd worden. Wilsverklaringen opgesteld vóór de wetswijziging worden niet automatisch ‘omgezet’: zij vallen onder de ‘oude’ regelgeving en moeten nog (een laatste keer) worden herbevestigd, daarna gelden ze levenslang.
De verklaring kan worden geregistreerd bij de gemeente, zodat artsen ze, indien nodig, kunnen raadplegen.
4. Wanneer kan een arts euthanasie weigeren?
Wanneer een patiënt niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, kan een arts de procedure niet opstarten. Doet hij dat toch, dan riskeert hij gerechtelijke en professionele sancties.
De wet bepaalt ook dat een arts om persoonlijke redenen een euthanasie verzoek kan weigeren, zelfs wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Dat kan bijvoorbeeld wanneer de vraag ingaat tegen zijn eigen waarden of overtuigingen of wanneer hij hier om persoonlijke redenen niet op kan ingaan.
In dat geval moet de arts de patiënt hierover informeren en de redenen van zijn weigering toelichten. Hij moet de patiënt ook doorverwijzen naar een andere arts. De patiënt of zijn vertegenwoordiger kan eveneens zelf een andere arts aanspreken. Ook deze arts moet uiteraard alle wettelijke voorwaarden en procedures rond euthanasie respecteren.